Meerderheidspartij N-VA weert zich als een duivel in een wijwatervat in een verwoede poging om haar eigen beleidskeuzes binnen onderwijs te verantwoorden via wat men ‘whataboutism’ noemt. Inzetten op ‘die heeft dat ook gedaan’ of ‘kijk eens naar’ en persoonlijke aanvallen lanceren om de aandacht af te leiden van eigen daden en beslissingen.
En daarbij worden cijfers gebruikt om het grote gelijk te onderbouwen. Alleen kunnen cijfers selectief of zelfs foutief gebruikt worden. Denk Dilbeek heeft weliswaar geen beroepspolitici die voltijds kunnen werken aan politieke propaganda, maar we nemen met onze vrijwilligers toch even de tijd om alles eens op een rijtje te zetten. We leggen de cijfers dus graag op tafel, maar niet met selectieve grafiekjes of percentages, maar met het volledige plaatje én bronvermelding, zodat elke kritische geest het ook zelf kan nakijken.
Die bron is publiek beschikbaar: in de BBC-analysetool kan je alle mogelijke financiële cijfers van alle Vlaamse gemeenten vergelijken: https://www.vlaanderen.be/lokaal-bestuur/data-en-tools/bbc-analysetool.
Dus alvast onze excuses voor de lange tekst, maar dit onderwerp verdient wat meer tijd.
De man die verdronk in een vijver van gemiddeld 5cm diep
Gemiddelden en percentages zijn altijd gevaarlijk. In een vijver van gemiddeld 5 cm diep, kunnen er plaatsen zijn die 2 meter diep zijn en kan je dus toch verdrinken.
N-VA stelt dat Dilbeek 14% van het gemeentebudget spendeert aan onderwijs en leren en dat dit gemiddeld in Vlaanderen slechts 9% is.
Deze percentages gaan niet over hetzelfde. Dilbeek plant in het meerjarenplan gemiddeld 295€ per inwoner uitgaven per jaar in het beleidsdomein Leren en Onderwijs. Over alle beleidsdomeinen heen staan er voor gemiddeld 2665€ per inwoner uitgaven per jaar gepland. Dus 11% van de totale uitgaven zijn voorzien voor Leren en Onderwijs. Gemiddeld over alle Vlaamse gemeenten, gaat dit over 9% van de voorziene uitgaven. Als je enkel naar dagelijkse uitgaven (exploitatie) kijkt kom je op 14% van de dagelijkse uitgaven in Dilbeek maar 10,5% (en geen 9%) gemiddeld over alle Vlaamse gemeenten.
En ook die procentuele vergelijking met andere Vlaamse gemeenten is niet eerlijk. Bij percentages moet je ook altijd kritisch kijken naar ‘percentage van wat’. Want 14% krijgen van een kleine taart, kan in de praktijk veel minder zijn dan 9% krijgen van een grote taart. De taart per inwoner is in Dilbeek (2665€) kleiner dan het gemiddelde van de Vlaamse gemeenten: 2739€/inwoner. Van die gemiddelde taart gaat gemiddeld 9% naar het beleidsdomein Leren en Onderwijs of gemiddeld 248€/inwoner uitgave per jaar. Daar zit Dilbeek dus een beetje boven. Maar we zijn nog steeds appelen met peren aan het vergelijken want het stukje onderwijs in die taart wordt maar voor een klein stukje betaald door de gemeenten zelf.
Uitgaven en saldo, appelen en peren
Tegenover de uitgaven voor onderwijs staan heel wat inkomsten. Binnen onderwijs betaalt de Vlaamse overheid de lonen van de leerkrachten en geeft ze werkingsmiddelen als subsidie aan de scholen. En ouders betalen natuurlijk ook voor bijvoorbeeld uitstappen en schoolmaaltijden, dus die inkomsten zijn er ook.
Enkel de uitgaven vergelijken met het Vlaamse gemiddelde is dus ronduit oneerlijk.
Bovendien is er niet in elke gemeente gemeentelijk onderwijs. Vlaanderen subsidieert ook de scholen in die gemeenten, maar daar staan die uitgaven (en inkomsten) niet in de gemeentelijke begroting. Een gemeente zonder gemeentelijk onderwijs heeft ook niet die inkomsten en zal dus veel minder uitgaven (en inkomsten) voor onderwijs op de begroting hebben staan. Die gemeenten trekken het gemiddelde dus fors omlaag.
Gemeenten mét gemeentelijk onderwijs hebben gemiddeld 298€ per inwoner per jaar uitgaven staan in hun plan. Daar zit Dilbeek dus met dit meerjarenplan net onder.
Maar ook dat is nog niet eerlijk: de enige eerlijke vergelijking is het saldo per inwoner, het verschil tussen inkomsten en uitgaven. Dat cijfer toont wat een gemeente werkelijk bijlegt aan onderwijs vanuit de eigen (belasting)inkomsten, hoeveel ze met andere woorden aan onderwijs wil besteden. Want als je meer scholen hebt, heb je natuurlijk meer uitgaven én meer inkomsten in je begroting staan.
In het volgende meerjarenplan zal Dilbeek in saldo jaarlijks gemiddeld 15€ zelf uitgeven per inwoner aan onderwijs. Over alle gemeenten in Vlaanderen is dit gemiddeld 32€, binnen de gemeenten met gemeentelijk onderwijs is dit 37,5€ (die zonder 7€). Dus daar zit Dilbeek met dit meerjarenplan al duidelijk ver onder.

Dagelijkse uitgaven versus investeringen
En we zijn er nog niet helemaal. Bovenstaande cijfers gaan over de totale uitgaven en ontvangsten: de dagelijkse (exploitatie) en de (eenmalige) investeringen opgeteld.
Investeringsuitgaven vallen natuurlijk typisch in het jaar dat je grote kosten maakt, zoals een (gesubsidieerde) nieuwbouw, ook al gaan ze tientallen jaren mee. Daarom zie je grote schommelingen in deze cijfers en kan het zelfs lijken dat een gemeente in sommige jaren ‘winst’ maakt, omdat de investeringssubsidies in een bepaald jaar gestort worden. Zo zie je in Dilbeek mooi dat in 2017 het grootste deel van de nieuwbouw van ’t Keperke werd betaald en in 2021 het grootste deel van die van Begijnenborre. In 2027 staat de uitgave gepland voor Bettendries en 2031 de subsidieinkomsten. En we betalen die investeringen ook vaak af via leningen waardoor ze in de praktijk ook gespreid wordt over vele jaren. Het is dus eerlijker enkel te kijken naar de dagelijkse uitgaven. Als je investeringen wil meerekenen moet je ze gelijkmatig spreiden over hun afschrijvingstermijn.

Doen we de oefening met enkel de dagelijkse uitgaven, dan zal Dilbeek gemiddeld jaarlijks in saldo 7€ uitgeven per inwoner aan onderwijs. In Vlaanderen is dat gemiddeld 18€, bij gemeenten met gemeentelijk onderwijs gemiddeld 20€.
En als je dan een stuk taart hebt om te verdelen, is het natuurlijk belangrijk te kijken hoeveel kinderen moeten eten van dat stuk taart. Want sommige gemeenten hebben relatief veel schoolgaande kinderen t.o.v. andere. 11% van onze inwoners was in 2025 op basisschool-leeftijd (tussen de 3 en de 11 jaar). In Vlaams Brabant was dit 10,1%, in Vlaanderen is dit 9,5%. Dus per schoolgaand kind, komt Dilbeek nog slechter uit de vergelijking.
En hoe was het vroeger?
Onderstaande grafiek spreekt boekdelen. De Dilbeekse bijdrage per inwoner aan dit beleidsdomein op exploitatie zakt stevig in met het nieuwe meerjarenplan. Dus ja, Dilbeek zal minder uitgeven aan onderwijs dan vroeger, en ook veel minder dan andere Vlaamse gemeenten.

Is dit dan een volledig eerlijke vergelijking?
Nog niet helemaal. Er is nog iets zoals inflatie. Met 7€ kan je vandaag veel minder doen dan 10 jaar geleden. Dus met correctie voor inflatie wordt het verschil nog scherper. De inflatie sinds 2014 bedraagt bijna 40%. Dus de 33€ van 2014, zou vandaag 46€ waard zijn, of meer dan zes keer zoveel als die 7€ die nu wordt voorzien.
En er zitten ook nog verborgen kosten en verborgen inkomsten in andere beleidsdomeinen. Zo werkt de financiële dienst natuurlijk ook voor de gemeentescholen en maken verenigingen ook gebruik van bijvoorbeeld sportinfrastructuur waarvan de investering op het beleidsdomein Leren en Onderwijs staan. Dat is dus vooral een kwestie van waar iets wordt geboekt. Maar die manier van boeken is wel niet gewijzigd en is in alle Vlaamse gemeenten dezelfde, dus kan je wel conclusies trekken uit de evolutie van de bedragen en die is duidelijk: de gemeente investeert netto steeds minder in onderwijs.
